Van versnelling naar voorspelling?

Weblog

van versnelling naar voorspelling

Sneller, sneller, sneller. We willen sneller van A(msterdam) naar B(erlijn). Storingen moeten sneller worden verholpen. Het onderhoud moet in een kortere tijd, dus sneller plaatsvinden. We willen sneller besluiten en hebben dus sneller behoefte aan informatie. Dat betekent dat we sneller data moeten verwerken, inwinnen en meten. We denken namelijk door sneller te meten, sneller te weten. Dat vraagt om versnelling. En laten we die versnelling nu toevallig weer meten.

Sinds anderhalf jaar maak ik onderdeel uit van het Datalab. Wat een goed initiatief. Zet een aantal datascientists bij elkaar, vul het aan met mensen die weten waar je welke data kunt vinden, vergeet de mensen met spoorse kennis niet en de rest gaat vanzelf ;-). Nou ja, vanzelf? Het zijn geen bakken met data, maar stuwmeren met data en hoe haal je daar je juiste informatie uit. Als je niet kunt goed kunt zwemmen of geen drijvertjes om hebt, verzuip je in zo’n stuwmeer.

De kunst is niet om een product te maken op basis van die data maar om het product te implementeren en te gebruiken. Gelukkig helpen onze productowners daarbij. Zij vertegenwoordigen de business en geven aan wat de behoefte is. Alleen door daar op aan te sluiten, maak je een kans dat je producten worden gebruikt.

Eén behoefte sluit aan bij het onderzoeksproject Camino Rail. Een samenwerking tussen ProRail en NS, waarin diverse sensoren, waaronder versnellingsmeters, aan de wal en op (voorlopig 2) treinen worden getest om zo realtime baanligging, wissels en spoorstaven te meten. Naar verwachting kunnen problemen zoals verzakkingen, wisselbeschadigingen en spoorstaafdefecten hiermee vroegtijdig worden gesignaleerd. Vroegtijdig, dat wil zeggen sneller dan op basis van de huidige meetfrequentie met de meettreinen. Sneller omdat we met reizigerstreinen vaker op eenzelfde plaats komen. Naast versnellingsmeters op de aspot, meten we ook de versnelling van de bak. Daarvoor hebben we zelfs een app laten ontwikkelen, waarmee we de versnellingen van de sensoren uit smartphones en tablets kunnen gebruiken. Deze versnellingen worden gecorrigeerd voor rijrichting en zijn een aanvullende bron van data.

Dat stuwmeer aan versnellingsdata zijn we nu aan het vullen. In de praktijk betekent dat voor de aspotversnellingsmeters: 2 treinen, 4 draaistellen, 18 versnellingsmeters (16 op de aspot, 2 in de bak), temperatuur en luchtvochtigheid. Bij 7000 Hz betekent dit 2 Mb/s, 7,2 Gb/uur, 172,8 Gb/dag. Voor een landelijke dekking zijn 20 treinen nodig…… dus reken maar uit. Wat een uitdagingen! Gelukkig zijn er veel soortgelijke initiatieven, waar we veel van kunnen leren. En we nodigen ook iedereen uit zijn of haar kennis met ons te delen.

Ons eerste doel is om op basis van de versnellingsmetingen, plotselinge defecten te detecteren, zonder daarvoor afhankelijk te zijn van derden, zoals bijvoorbeeld meldingen van machinisten. Niets voorspellends aan dus, maar vooral achterom kijken. Op dit moment kijken we live mee met de trein en hebben we onze eerste analyses gedaan. Maar er zijn nog de nodige stappen te gaan om tot een bruikbaar eindproduct te komen.

Mijn voorspelling: dat eindproduct is december 2018 gereed.