Digitaal Schouwen: buiten = binnen

Project

Van hoofdsein tot baanvaksnelheidsbord, op elk spoortraject of emplacement staan tal van objecten die het treinverkeer in goede banen leiden. Hoe beter de machinist de situatie op zijn baanvakken kent, hoe veiliger het is. Hij heeft daarvoor een aantal hulpmiddelen ter beschikking.

De situatie langs het spoor en op emplacementen is, inclusief alle objecten, schematisch weergegeven in zogenaamde OBE-bladen: het Overzicht Baan en Emplacement. De machinist gebruikt een afgeleide daarvan, de Wegwijzer voor Krachtvoertuigpersoneel, de WKV. Vanzelfsprekend is het voor de spoorwegveiligheid van cruciaal belang dat de borden en seinen precies op die plek staan zoals in de documentatie beschreven. Toch zijn er in de praktijk weleens afwijkingen tussen de situatie ‘ binnen’ - op papier dus - en buiten op het spoor.

Verbeteractie

Voor de veiligheid op het spoor is het noodzakelijk dat seinen en borden buiten precies op de plek staan die in de documentatie is beschreven. Binnen het project Digitaal Schouwen is software ontwikkeld die het mogelijk maakt om camerabeelden, gemaakt vanuit een meettrein, automatisch te verwerken en de resultaten te vergelijken met de gegevens op het OBE-blad. De ontwikkelde software herkent de seinen en de borden op de camerabeelden en berekent op basis van nauwkeurige GPS-data de positie. Als de resultaten niet overeenkomen met wat er op het OBE-blad staat, beoordeelt een deskundige de situatie en stelt hij zo nodig maatregelen op. De documentatie wordt aangepast en/of er vindt een actie buiten plaats zoals het verplaatsen van een bord. 

Detectie objecten tijdens schouwrit

Figuur 1: Op 3 september 2015 is een schouwrit uitgevoerd op het traject Wierden – Hengelo. Er is verschil tussen de positie volgens de documentatie (het OBE-blad) en de werkelijke situatie buiten. De aannemer heeft opdracht gekregen het bord buiten op de juiste plek te zetten.

ProRail gebruikte al camerabeelden om het spoor te controleren op onder meer slijtage en defecten. De automatische verwerking van beelden en bijbehorende GPS-data en de automatische detectie van verschillen is volledig nieuw. Voor het inwinnen van gegevens over de exacte positionering van borden en seinen zijn dus geen buitendienststellingen en fysieke inspecties nodig. Dat verhoogt de beschikbaarheid van het spoor.

Wie doet het?

Digitaal Schouwen is een echt keteninitiatief van onder meer de dataspecialisten bij RIGD-LOXIA, een alliantie van ProRail, Arcadis en Movares. Samen met de innovatiemanagers van ProRail, Asset Management Informatie en ICT-deskundigen, professor Alexander Verbraeck, Hoogleraar ‘Systems and Simulation’ van de TU Delft en softwarebedrijf Ordina is het verder uitgewerkt en is deze innovatieve software ontwikkeld.

Wie heeft er baat bij?

Machinisten kunnen op de documentatie vertrouwen en kunnen zich zo voorbereiden op een veilige reis. Inspecteurs hoeven niet meer langs het spoor te lopen om de data te verifiëren c.q. afwijkingen te constateren. Door strengere regelgeving is er op korte termijn een buitendienststelling nodig bij het schouwen van het spoor. Dankzij Digitaal Schouwen zijn er straks veel minder fysieke inspecties van het spoor nodig. De methode draagt dus bij aan een veiliger (reizen en werken), punctueler, duurzamer en beter beheerbaar spoor.

Tijdpad

De eerste wijziging tussen documentatie binnen en de daadwerkelijke situatie buiten is september 2015 opgespoord met behulp van de software. De eerste versie is nu operationeel. In 2016 vinden er periodieke inspecties van het spoor met de meettrein en de methode voor digitaal schouwen plaats. Stapsgewijs worden er steeds meer objecten toegevoegd aan Digitaal Schouwen.

Data op orde

 Het programma SpoorData heeft vier ontwikkelpijlers. Dit project hoort tot de pijler Data op orde.

Een sein op het spoor waarop een schouwtrein staat